Een gedicht van Kees-Jan Visser.
gevels aan de Merwekade
schuiven traag voorbij
een baas en hond
kijken blaffend rond
er rennen renners
op gifgroene schoenen
bootjes klampen
zich vast aan kades
op het bankje zitten
mensen te zoenen
achter geruite ramen
schuiven gordijnen dicht
na het grote hoofd
nog even zicht op Dordt
dan dooft dat licht
oevers worden wazig
dokken worden dozen
bomen staan als
schimmige spoken
mij gade te slaan
ze zien mij gaan
met het verleden
in mijn kielzog
schuim dat langzaam
oplost in de rivier
glimlachend drijf ik
weg van hier
Kees-Jan Visser